STOOMGEMAAL ‘SCHIELAND’

Adres:                                          Admiraliteitskade 94-96, Rotterdam
Bouwjaar:                                  1900
Architect:                                   Augustinus Nolen
Oorspronkelijke functie:   stoomgemaal
Huidige functie:                      wordt herbestemd

Het stoomgemaal “Schieland” heeft lange tijd een cruciale rol gespeeld in de waterhuishouding in Rotterdam. De geschiedenis van het beheersen van de waterhouding rond de monding van de Rotte in Rotterdam gaat terug naar de oorsprong van de stad zelf. Het begon rond 1270 met het opwerpen van een dam, een gebeurtenis waaraan de stad haar naam ontleent. In de 18 e eeuw werd een boezemkanaal gegraven, dat bemalen werd met molens. In 1774 werd er bij de Kolk, waar de boezem in de Maas stroomde het allereerste stoomgemaal op Nederlandse bodem gebouwd. Het gemaal voldeed echter niet en werd al snel buiten bedrijf gesteld. Het eveneens niet goed functioneren van het in 1870 eveneens aan de Kolk gebouwde stoomgemaal “Kostverloren” en de wens om niet meer afhankelijk te zijn van poldermolens vormden de aanleiding tot de bouw van het stoomgemaal “Schieland”.

Augustinus Nolen, de fabriek-landmeter van het Hoogheemraadschap van Schieland maakte een ontwerp voor een nieuw stoomgemaal in eclectische stijl, dat bestond uit een machinegebouw met twee dienstwoningen, een ketelhuis met schoorsteen en een kolenbergplaats. Een grote, S-vormige duiker ging het aanvoerkanaal met het gemaal verbinden. Vier centrifugaalpompen -de grootsten van Nederland op dat moment-, aangedreven door twee stoommachines waren in staat om 640 m3 water per minuut op te voeren, wat voldoende was om het bestaande stoomgemaal en alle poldermolens in één klap te vervangen. Na een bouwtijd van bijna twee jaar kon het gemaal in maart 1900 in gebruik worden genomen.

Hoewel het gemaal goed functioneerde werden al vrij snel de mogelijkheden verkend om in de installatie te verbeteren. In eerste instantie werd gekeken naar elektrificatie, maar in 1926 werd het gemaal uiteindelijk omgebouwd tot motorgemaal. In 1963 werden de dieselmotoren vervangen door modernere exemplaren. In 1972 werd besloten aan het Oostplein een nieuw gemaal te bouwen, waarna het oude gemaal overbodig werd en uiteindelijk in 1978 sloot. Het complex werd verkocht en er volgde een ingrijpende verbouwing tot meubelzaak. Recent is het voormalige gemaal leeg komen te staan. Het betreft een bijzonder complex, die niet alleen over de voormalige gemaalgebouwen bestaat, maar ook nog voor een deel uit de ondergrondse zuigkelder en restanten van de eind 19 e eeuwse verbindingsduiker en een deel van 18 e eeuwse uitwateringssluis.

Het complex is recent verkocht en wordt op dit moment herontwikkeld. Bureau Polderman heeft in het kader van de plannen in 2021 een bouwhistorische verkenning naar het complex uitgevoerd, wat een gedetailleerde beschrijving van de geschiedenis en waardenstelling van het bovengrondse én ondergrondse gedeelte van dit interessante en belangrijke complex opleverde

© 2026 BUREAU POLDERMAN.